Sambo werd op 16 november 1938 officieel als sport erkend en wordt sinds 2021 volledig erkend door het Internationaal Olympisch Comité. Op deze pagina lees je waar sambo vandaan komt, welke stijlen er zijn, hoe een wedstrijd werkt en wat je kunt verwachten als je zelf wilt beginnen.
Wat betekent sambo?
Het woord sambo is een samentrekking van samozasjtsjita bez oroezjija (Russisch: самозащита без оружия), wat 'zelfverdediging zonder wapens' betekent. De naam zegt al waar het om draait: je leert jezelf verdedigen met alleen je lichaam, door je tegenstander uit balans te brengen, te werpen en op de grond te controleren.
Als sport ligt sambo dicht bij judo en worstelen. Je grijpt je tegenstander aan zijn jas, maakt een worp en zet het gevecht op de grond voort met houdgrepen en klemmen op armen en benen.
De geschiedenis van sambo
Sambo ontstond in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw in de Sovjet-Unie. Twee pioniers bouwden grotendeels los van elkaar aan een eigen systeem. Vasili Osjtsjepkov had in Japan judo geleerd bij judo-oprichter Jigoro Kano en behaalde daar de tweede dan. Viktor Spiridonov, veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, combineerde verschillende worstelstijlen met Japans jiujitsu tot een zachtere stijl die hij 'samoz' noemde.
Anatoli Charlampiev, een leerling van Osjtsjepkov, wordt vaak de 'vader van sambo' genoemd, al is dat volgens historici deels legende. Zijn inzet wordt wel gezien als de reden dat sambo officieel erkend werd. Osjtsjepkov zelf overleed in 1937 in gevangenschap tijdens de Grote Zuivering.
Op 16 november 1938 erkende het Sportcomité van de Sovjet-Unie sambo als officiële sport. De internationale federatie FIAS noemt die datum de geboortedag van sambo.
Van Sovjetsport naar wereldsport
In 1966 gaf de internationale worstelfederatie FILA (nu United World Wrestling) sambo de status van internationale worstelstijl. Het eerste open Europees kampioenschap volgde in 1972 in Riga, het eerste wereldkampioenschap in 1973 in Teheran. Het eerste WK voor vrouwen werd in 1983 in Madrid gehouden.
Op 13 juni 1984 werd in Madrid de internationale sambofederatie FIAS opgericht, met afgevaardigden uit 56 landen. Volgens FIAS zijn er inmiddels meer dan honderd nationale federaties aangesloten. Sambo stond op het programma van de World Games in 1985 en in 1993, toen die werden gehouden in Den Haag. Ook was sambo onderdeel van de Universiade van 2013 in Kazan en de Europese Spelen van 2015 in Bakoe.
Is sambo een Olympische sport?
Sambo is geen onderdeel van de Olympische Spelen, maar de sport is wel erkend door het IOC. Het Uitvoerend Comité van het IOC gaf FIAS op 30 november 2018 voorlopige erkenning. Op 20 juli 2021 volgde tijdens de IOC-sessie in Tokio de volledige erkenning, tegelijk met onder meer kickboksen, muaythai en lacrosse.
Met die volledige erkenning mag sambo zich kandidaat stellen voor het Olympisch programma. Opname is daarmee niet gegarandeerd.
De stijlen: sportsambo, combat sambo en beach sambo
Sportsambo is de bekendste vorm en lijkt het meest op judo en worstelen. Je scoort met worpen en houdgrepen en kunt winnen met een klem op arm of been. Verwurgingen zijn in sportsambo niet toegestaan.
Combat sambo is de vorm met slagen. Naast worpen, houdgrepen en klemmen mag je stoten, trappen en knie- en elleboogstoten gebruiken, en zijn verwurgingen toegestaan. Deelnemers dragen handbescherming en meestal ook een helm en scheenbeschermers. FIAS organiseert sinds 2001 aparte wereldkampioenschappen combat sambo.
Beach sambo wordt op zand gevochten en is in de jaren 2010 door FIAS als internationale discipline ingevoerd. Daarnaast kent FIAS een aparte discipline voor visueel beperkte sporters (blind sambo). Buiten FIAS bestaan nog andere varianten, zoals freestyle sambo, dat in 2004 door de American Sambo Association werd geïntroduceerd en verwurgingen wel toestaat.
Hoe werkt een sambowedstrijd?
Een wedstrijd sportsambo duurt bij senioren en junioren vijf minuten en bij jongere leeftijdsgroepen vier minuten. Twee sporters, één in rood en één in blauw, proberen punten te scoren met worpen en houdgrepen. Hoe zuiverder je tegenstander op zijn rug landt en hoe beter jij daarbij de controle houdt, hoe hoger de score. Een houdgreep levert punten op naarmate je je tegenstander langer onder controle houdt.
Je kunt ook vóór het einde van de tijd winnen: de zogenoemde totale overwinning. Dat lukt bijvoorbeeld met een perfecte worp waarbij je tegenstander op zijn rug valt terwijl jij blijft staan, met een klem (in het sambojargon een 'pijnlijke greep') waarop je tegenstander opgeeft, of met een groot puntenverschil. Ook opgave of diskwalificatie van de tegenstander telt als totale overwinning. Opgeven doe je door af te kloppen of hardop te roepen.
Kenmerkend voor sambo zijn de beenklemmen, die in judo verboden zijn. De regels worden regelmatig herzien; de meest recente versie publiceert FIAS op sambo.sport.
Kleding: kurtka, band, broek en schoenen
Bij sambo draag je een nauwsluitende jas, de kurtka (ook wel sambovka genoemd). Die lijkt op een judojas, maar zit strakker en heeft schouderstukken en lussen waar de band doorheen gaat. Daaronder draag je een korte worstelbroek en lichte worstelschoenen.
In wedstrijden is je outfit rood of blauw, en volgens de regels moet je beide kleuren hebben. Anders dan bij judo zegt de kleur van je jas of band niets over je niveau: sambokleding geeft geen graad aan.
Sambo, judo en worstelen
Sambo is verwant aan judo en worstelen en heeft van beide geleerd. Via Osjtsjepkov kwam de judotechniek mee, via Spiridonov en anderen de worstelstijlen. Net als in judo pak je je tegenstander aan zijn jas en zijn worpen en grondwerk de kern. Net als in worstelen draag je een korte broek en worstelschoenen.
De belangrijkste verschillen met judo: in sambo zijn beenklemmen toegestaan, terwijl sportsambo geen verwurgingen kent. Ook het puntensysteem en de kleding verschillen. In Nederland valt sambo onder dezelfde koepel als worstelen: de KNKF.
Sambo in Nederland
Nederland heeft een eigen sambobond: de Sambo Bond Nederland (SBN), internationaal bekend als Dutch Sambo Federation. De bond is lid van de Europese Sambofederatie, die weer aangesloten is bij FIAS. In 2018 sloot de SBN zich aan bij de Koninklijke Nederlandse Krachtsport- en Fitnessbond (KNKF), een door NOC*NSF erkende sportbond waaronder ook worstelen valt; de Europese Sambofederatie meldde dat in september 2018. De KNKF noemt sambo op haar site als een van de aangesloten sporten.
In Nederland wordt al jaren de Dutch Open georganiseerd, een internationaal toernooi in sportsambo en combat sambo. Volgens de Sambo Bond Nederland staat de editie van 2027 gepland op 6 en 7 maart in Dalfsen.
Voor wie is sambo?
Sambo is geschikt voor iedereen die een complete grappling-sport zoekt: wie judo of worstelen kent, herkent veel, en wie vanuit MMA of zelfverdediging komt, vindt in combat sambo een stijl met slagen én grondwerk. FIAS organiseert wedstrijden voor mannen en vrouwen en aparte kampioenschappen voor jongens en meisjes, met aangepaste regels voor jongere leeftijdsgroepen.
Je hoeft geen wedstrijden te vechten om sambo te trainen. Veel mensen doen het voor hun conditie, kracht en zelfvertrouwen. Of er een club bij jou in de buurt is en vanaf welke leeftijd die lessen geeft, verschilt per club; de Sambo Bond Nederland kan je daarbij verder helpen. De bond houdt op haar site een lijst bij van de clubs die bij de KNKF sectie Sambo zijn aangesloten.
Wat kun je verwachten bij je eerste training?
Een sambotraining begint meestal met een warming-up en valtechniek: je leert veilig vallen voordat je zelf geworpen wordt. Daarna oefen je in tweetallen worpen, houdgrepen en klemmen, eerst langzaam en onder begeleiding van de trainer. Vaak eindigt een les met oefengevechten, waarbij beginners zelf bepalen hoe intensief ze meedoen.
Voor een eerste les heb je meestal geen kurtka nodig; makkelijk zittende sportkleding volstaat vaak. Vraag vooraf aan de club wat ze adviseren en of je een proefles kunt volgen.
Wat levert sambo je op?
Sambo traint je hele lichaam. Worpen en grondwerk vragen kracht, explosiviteit en uithoudingsvermogen, en omdat je steeds reageert op een tegenstander train je ook balans, coördinatie en timing.
Daarnaast leer je omgaan met druk en fysiek contact op een gecontroleerde manier. Je leert jezelf verdedigen zonder wapens, precies zoals de naam belooft, en je traint in een sport met regels die je tegenstander beschermen: opgeven mag altijd, met een tik of een kreet.